Conferentie in Japan, Kyoto Protocol

Naar aanleiding van de afspraken in 1992 is het UNFCCC belast met de coördinatie van het internationale klimaatbeleid door elk jaar een Conference of Parties (COP) te organiseren. Tijdens deze conferenties vergaderen ministers en hoge ambtenaren uit vrijwel alle landen ter wereld over het klimaat. Samen bespreken zij aan de hand van de laatste wetenschappelijke bevindingen mogelijke maatregelen waarmee de uitstoot van broeikasgassen kan worden verminderd om zo de klimaatverandering te beperken. In 1995 werd tijdens de conferentie in Berlijn besloten dat er een nieuw akkoord nodig was. Dit leidde in 1997 uiteindelijk tot het tekenen van het zogenoemde Kyoto Protocol, waarin afspraken werden neergelegd om wereldwijd de uitstoot van broeikasgassen te beperken.

In het Protocol wordt onderscheid gemaakt tussen industrielanden (zogenoemde ‘Annex I’ landen) en ontwikkelingslanden (zogenoemde ‘Non-Annex I’ landen). Alle industrielanden die het Protocol geratificeerd hebben, verplichtten zich om CO2-emissies met een bepaald percentage te reduceren voor 2012, waarbij 1990 als basisjaar wordt gehanteerd. In het Protocol worden ontwikkelingslanden gevrijwaard van verplichtingen.

De Verenigde Staten, een van grootste uitstoters van broeikasgassen in de wereld, deed niet mee met het Kyoto Protocol. De VS was van mening dat de afspraken schadelijk waren voor de Amerikaanse economie en ook dat het niet acceptabel was dat ontwikkelingslanden hun uitstoot niet hoefden te beperken. Opkomende economieën als China en India zijn van mening dat de Westerse industrielanden en met name de CO2-koplopers in de wereld, zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten, voorop moeten lopen bij het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen. De industrielanden hebben in het verleden de meeste CO2 de lucht in geblazen en dragen dan ook een belangrijke verantwoordelijkheid voor de oplossing van het klimaatprobleem. 

21