1.4 Schadelijke gevolgen van opwarming

Het raakt iedereen

De opwarming van de aarde heeft schadelijke gevolgen, zoals het smelten van ijsgebieden, waardoor de zeespiegel gaat stijgen. In een aantal landen kan dat tot overstromingen leiden. Hogere temperaturen hebben tot gevolg dat in bepaalde gebieden niet alleen planten en dieren verdwijnen, maar ook landbouwgronden waarop gewassen worden verbouwd. Minder landbouwgrond kan leiden tot een tekort aan voedsel in de wereld. Door de stijgende temperatuur kunnen er problemen ontstaan op het terrein van gezondheid; ziekten zullen zich sneller naar andere gebieden verplaatsen. Klimaatverandering brengt op die manier wereldwijd extra kosten met zich mee die de groei van de wereldeconomie kunnen afremmen.

Deze problemen kunnen alleen op wereldschaal worden opgelost. Alle landen in de wereld moeten meedoen om klimaatverandering tegen te gaan. Dit komt doordat CO2-uitstoot en de gevolgen ervan zich niet tot landsgrenzen beperken. Stel dat in een hypothetisch scenario maar één land verantwoordelijk is voor alle uitstoot op aarde, dan nog worden alle landen geconfronteerd met de gevolgen, omdat broeikasgassen vrij rondzweven door de atmosfeer. En dat maakt het meteen zo’n moeilijk probleem. Landen worden individueel weinig gemotiveerd om dure maatregelen te nemen als niet alle landen meedoen en gewoon blijven uitstoten (de zogenoemde Tragedy of the Commons).

Het reduceren van CO2-emissies is bovendien een moeilijke opgave, want wereldwijd wordt er nog elk jaar weer meer fossiele energie verbruikt waardoor de opwarming van de aarde wordt versterkt. Dat gebruik neemt vooral toe in de opkomende economieën die hun economische groeitempo willen verhogen om zo meer welvaart voor hun bevolking te kunnen realiseren.

Een extra probleem is dat we nu al weten dat de fossiele brandstoffen geleidelijk opraken en dat de meeste landen in de wereld voor hun energie steeds afhankelijker worden van een klein groepje landen dat beschikt over olie en gas. Die afhankelijkheid brengt risico’s met zich mee. Deze olie- en gasmachthebbers zouden om welke redenen dan ook kunnen besluiten om de prijzen fors te verhogen of aan bepaalde landen geen of minder te gaan leveren. Landen die daardoor getroffen worden, komen in de problemen.

Zo is de Europese Unie (EU) voor de energievoorziening sterk afhankelijk van Rusland. Verschillende lidstaten zijn voor meer dan de helft afhankelijk van Russisch gas. Binnen de EU neemt, mede door verschillende conflicten met Rusland, de bezorgdheid over deze afhankelijkheid toe. Deze afhankelijkheid kan alleen maar worden verminderd door een EU-energiemeerjarenplan waarbij deze afhankelijkheid zo snel mogelijk wordt teruggedrongen, zodat Rusland zijn gas ten opzichte van de EU niet meer kan inzetten voor politieke doeleinden. Op dit moment is van zo’n aanpak nog geen sprake. De individuele lidstaten proberen vooral zelf afspraken met Rusland te maken. Deze ontwikkeling doet niet alleen afbreuk aan de slagkracht van de EU, maar frustreert ook een noodzakelijk gezamenlijk EU-beleid op het terrein van energie- en klimaatpolitiek.

11